Als in Nederland een baby met een lip, - kaak, - en gehemeltespleet geboren wordt, staat er al direct een team van specialisten klaar. Zij zorgen dat de voeding probleemloos verloopt en dat spraak, gehoor en uiterlijk zich optimaal ontwikkelen.
In ontwikkelingslanden is de situatie heel anders. Daar zijn meestal geen artsen die ervaring hebben met de operatie van lipspleten. Geld voor een operatie in het buitenland is er niet en baby's met een lipspleet worden daarom maar zelden geopereerd. Dit betekent op de eerste plaats dat het kleine beetje voedsel dat er is, altijd voor een deel door de neus weer naar buiten komt. Bovendien worden kinderen met een lipspleet gezien als monstertjes, die zoveel mogelijk voor de buitenwereld verborgen worden gehouden. Ze hebben geen vriendjes en gaan meestal niet naar school. Hun toekomst ziet er zonder operatie treurig uit.
En voor brandwonden geldt precies hetzelfde. In de Nederlandse brandwondencentra worden slachtoffers van verbrandingen buitengewoon deskundig behandeld. In ontwikkelingslanden komen brandwonden heel erg veel voor. Er wordt gekookt op open vuur en een groot deel van de bevolking woont in rieten hutten, die met gevaarlijke paraffinebrandertjes worden verwarmd. Kinderen kruipen onbewaakt rond en komen vaak terecht in de nog smeulende as van een kookplaats. Vooral omdat er nergens adequate eerste hulp beschikbaar is, leiden verbrandingen in ontwikkelingslanden bijna altijd tot invaliditeit. Brandwondenpatiëntjes hebben maar geringe kansen op de arbeidsmarkt en zijn gedoemd tot bedelen.
Een Interplast operatie van soms maar 60 minuten verbetert niet alleen de functie van een arm of been, maar geeft een kind vooral uitzicht op een beter leven.
